Door Jan Tromp*

In de 16e eeuw werden de contacten tussen Ethiopië en Europa frequenter en intenser. De Portugezen worden te hulp geroepen om het land te bevrijden van de islamitische hoofdman Ahmed ibn Ibrahim, bijgenaamd Grañ, de linkshandige. Vanuit Portugal arriveert een strijdmacht van 400 man onder leiding van Christobald da Gama, zoon van Vasco. Christobald wordt door Grañ onthoofd, alvorens hij zelf in 1543 wordt verslagen in de buurt van het Tana meer. Grañ had intussen bijna alle kerken verwoest en met vele manuscripten zijn kampvuren brandend gehouden.
Na deze periode worden talrijke nieuwe kerken gebouwd en dat gaat gepaard met een opbloei van de kerkelijke schilderkunst. De jezuïeten voeren prenten en geschriften in, waardoor de Ethiopische clerus in aanraking komt met afbeeldingen van de kruisiging. Die worden nu ook afgebeeld in kerken, naar westers voorbeeld dus, maar meestal aangepast aan de Ethiopische traditie. Dat riep de volgende vraag op:
Hoe kan het dat in afbeeldingen van de arma christi zonder uitzondering vijf nagelen worden getoond, terwijl er in de westerse cultuur aanvankelijk vier en later drie nagelen voorkomen?
Over deze vraag zal de lezing van Jan Tromp gaan.


 

Datum:    dinsdag 3 maart 2020
Plaats:    Dorpskerk 
Tijd:         20 uur
Bijdrage:   € 3 (inclusief koffie/thee)

 

*Jan Tromp ging na zijn pensioen als docent Frans, kunstgeschiedenis studeren met als afstudeeronderwerp: gehouwen gebouwen, rots- en grotkerken in Noordelijk Ethiopië.